03 december 2007
Eindelijk heb ik een nieuwe blog. Meer nog, ik heb er al op gepost dus voor alle nieuwsgierigen, hier het adres:
http://vraeyehistories.blogspot.com
Je kan er meer dolle fratsen en onvergetelijke avonturen vinden, oeverloze overpeinzingen en reflexieloze bespiegelingen en dat in twee of meer talen!
Veel plezier ermee!
Pieter
12 september 2007
Het is al lang geleden dus nu is elk nieuws, goed nieuws. Ik ben al een tijdje terug uit Groningen dus verliest deze blog stilaan zijn actuele waarde. Ik denk eraan om een nieuwe blog te beginnen. Of misschien zelfs twee. Eentje waar ik over mijn reisjes vertel en eentje die over mijn leven gaat. Het is misschien erg kunstmatig om die twee dingen te scheiden gezien die twee dingen erg veel met elkaar te maken hebben. Je ziet wel wat het wordt.
Ik ben helemaal niet van plan te stoppen met bloggen want ik schrijf graag. Ten minste als het niet verplicht is te schrijven en er geen deadline opstaat. Ik bruis van de nieuwe ideeën en heb nog een heleboel tijdingen op stoffige planken liggen. Maak je geen zorgen en tot binnenkort.
de Mier
29 mei 2007
tarina Helsingin matkasta
Ik ben dit jaar veel op pad geweest. Tijdens één van m’n reisjes kwam ik in Helsinki. Het is nu bijna zes maanden geleden dus het wordt ondertussen wel tijd er iets over te schrijven. Helsinki is de hoofdstad van Finland. Maar na het Eurovisie songfestival zal dat niemand meer verbazen. De platte reclame voor Finland was zo duidelijk dat je wel op mars moet gewoond hebben, diep verscholen in een grot met je vingers in je oren en je ogen hard toegeknepen om niét te weten dat Finland dit jaar de organisator was, en Helsinki de parel aan de Finse Kroon – hoewel Finland een republiek is hoor, zelfs een met een vrouwelijke president. Meestal kijk ik niet naar het songfestival maar dit jaar, in inter-Europees gezelschap, kon ik het niet laten. De woorden die die avond het meest vielen waren politics, all politics telkens wanneer onze Oost-Europeese vrienden juichten en de Britten nog dieper wegkropen op de bank. Ondertussen zou Tuomas, een Finse vriend van me, halfdronken verkondigen: ‘did you know that this is the most expensive stage ever build for Eurovision’. Hij vergast ons graag op dat soort geheel nutteloze weetjes, die dan toch voor de komende tien jaar onthoudt. Maar goed, deze post gaat eigenlijk helemaal niet over het Eurovisiesongfestival.
Half december 2006 ging ik dus naar Helsinki. Ik vloog met BlueOne. Een low-cost airline die op en in Scandinavië vliegt – hoewel Finland eigenlijk Nordic en niet Scandinavian is. De tickets zijn iets duurder dan die van Ryanair, maar het comfort is er veel beter. Die Scandinaven weten wat comfort is, je moet het ze nageven. Helaas voor Finland, maar op het vliegtuig werden de clichés en de cijfers al bevestigd. In Finland is alcoholmisbruik de belangrijkste doodsoorzaak – vooral stomdronken ’s winters in slaap vallen en dan ’s nachts doodvriezen is gevaarlijk dunkt me. De man aan de ander kant van de gang dronk tijdens de hele vlucht zo’n twee liter slechte (neem ik aan) en veel te dure (in elk geval) wijn. Hij werd zo dronken dat uiteindelijk niet alleen de stewardessen probeerde te verleiden maar ook passerende mannen begon lastig te vallen. Zijn drankaanvoer werd stopgezet en het vliegtuig stond aan de grond voor het helemaal uit de hand liep. Eindelijk op Finse bodem moest en zou ik sneeuw zien want op een winter kan je hier in het zuiden al langer niet meer rekenen. Ik had geluk. Het sneeuwde lichtjes toen ik in de bus van de luchthaven naar het centrum en de hele reis zou de temperatuur niet boven het vriespunt stijgen.
Ik moet last hebben gehad van een jetlag want heb de volgende dag heb ik veel te lang geslapen. Ofwel was het de zon die langer dan ik gewoon was verscholen bleef. Merja’s ouders wonen een heel einde noordelijker. Ze is geboren in Kajaani. Daar stijgt in het hart van de winter de zon amper 4 uur per dag boven de horizon uit. Maar Helsinki blijft omtrent de winterzonnewende ook lang van licht verstoken.
Helsinki baadde in de kerstsfeer. In Finland betekent dat onder andere Joulupukki, glögi, piparkakku & joulutorttu. Joulupukki is fins voor kerstman. Juolu betekent kerst dus pukki betekent… bok. Erg gek inderdaad… zou het door z’n baard komen? Glögi is een naar glühwein smakend niet alcoholisch drankje. Je warmt het op en kan eventueel wodka toevoegen (Finnen zijn gek op wodka) maar ‘puur’ of met sinasappelsap is het even lekker. Piparkakku zijn een dunne iets pittiger variant van onze speculaas. Speculaas is blijkbaar iets heel typisch voor de lage landen zijn. Dat het zo banaal is dat we daar nauwelijks bij stil staan bewijst het al. Maar hoe leg je uit wat speculaas is? Probeer het maar eens aan buitenlanders uit te leggen: “Hét koekje dat je bij de koffie krijgt”? Of hou je het bij de euroshopperomschrijvig dutch spiced cookies. Ik denk trouwens dat speculaas helemaal niet dutch is. Plagiaat!
Maar piparkakku dus. Dunne lekkere speculaasjes die in de kersttijd met kilo’s verorberd worden. Ik heb ze daar ook gegeten met blauwschimmelkaas. En dit bracht me op een idee om ze te serveren met schimmelkaas, een halve okkernoot een honing erover en die dan te serveren als aperitiefhapje. Tijdens het ontbijt stopte ik er een paar tussen een snede brood, rijkelijk met boter besmeerd. Dat ik m’n boterhammen vouw vinden die Finnen al gek, maar dat ik er daarenboven zoete dingen tussen stop gaat hun bevattingsvermogen bijna te boven. Maar als je ze maar stevig genoeg knuffelt als welkomstgroet – ook zoiets vreemds dat alleen buitenlanders doen – vergeven ze je die gekheid wel. Joulutorttu is stervormige bladerdeegkoekjes met pruimenconfituur. Henna had ze speciaal voor ons gebakken.
Gedurende de hele reis heb ik bij Finnen in huis geleefd. Eerst bij Maarit, Merja’s tweelingzus, die met haar vriend Mikko een appartement deelt. Zoals in elk flatgebouw is er ook in dat van Maarit en Mikko een sauna. Elke inwoner heeft zijn vaste sauna-uur. Zelfs studentenhomes hebben een sauna! Die week echter, gingen Maarit en Mikko niet in de sauna maar stonden hun buurt af aan ons. Wat kan ik nog meer vertellen dan dat een sauna een hemelse zaligheid is en dat je zelden zo proper voelt. Een sauna is een ideale plaats om te discussiëren, filosoferen of gewoon van gedachten te wisselen. Gezien dat bij zo’n temperatuur enkele van de enige dingen zijn die je nog kan doen. Ook je armen opheffen om water op het vuur te gooien kan nog net. We spraken er over bizarre cultuurverschillen en de Finse zeden en gewoonten. Zo nemen ze soms berketakken mee in de sauna om op hun rug mee te slaan tijdens het saunazitten (waar halen ze de energie vandaan!), erg goed voor de bloedsomloop schijnt het en er is ook de rooksauna. Een gewone sauna, maar dan zonder schoorsteen. Vers gerookte vis vind ik erg lekker, maar ik weet niet of versgerookte ik wel zo lekker is.
Wat heb ik verder nog gedaan? De stad bezocht die af en toe erg op Gent leek. Echt waar de Kouter heeft een tweelingplein in Helsinki. Er zijn ook magische korte straatjes met hobbelige grote kasseien en straatverlichting op gas. Ik dacht eventjes het meisje met de zwavelstokjes in een portiek te zien. De stad is verder een paradijs voor girls who like diamonds. De straten zijn gevaarlijk glad maar wel helemaal bezet met minidiamantjes, net als de gebouwen. Merja vertelde me dat er kabouters in mijn werken en er ’s nachts elfjes de diamantjes plaatsen. Niet ver van de haven en de zee, in de duurste wijk van Helsinki, kon je zelfs de toegang van een elfenburcht zien.
Tijdens het tweede deel van de reis logeerden we in het appartement van Irja, Merja’s moeder. Ze werkt in Helsinki en reist elke veertien dagen noordwaarts huiswaarts naar Kajaani (5 uur treinen). Het heeft zo zo’n voordelen om in het noorden te wonen. In Finland is er namelijk het jokamiehenoikeus – het iedermansrecht. Het recht dat iedereen zomaar elk bos in mag en daar bessen en paddestoelen mag plukken. Sommige bessen zijn echt delicatessen, felbegeerd en onbetaalbaar in de winkel. Zoals de hilla-bessen. Er bestaat zelfs geen Nederlandse naam voor, maar in het engels heten ze cloudberry. Wolkbes zou trouwens een mooie naam zijn want het lijken net wolkjes. Lichtoranje wolken. Het zou de nationale vrucht van Nederland kunnen zijn. Want worteltaart is vies, niet? En die fluorescente Koninginnedagtompoezen zien er echt giftig uit.
Die hilla-bessen groeien alleen in de moerassen in het noorden. Het risico nooit meer terug te komen van het plukken vergroot uiteraard de suspens en het tragische lot is ooit Merja’s vader
-s gsm overkomen. Opgeslokt door het moeras. Om een lang verhaal kort te maken. We aten dus (ingevroren) wolkenbessen met ijs, en het zijn inderdaad lekkere bessen.
Ik kijk er erg naar uit om in de late zomer terug te gaan naar Finland en de ruska mee te maken, paddenstoelen en bessen te plukken in het bos, vis te (laten J) vangen, te roken en op te eten met Finlandia wodka aan de rand van een van de 180 000 meren. Ik raad je aan ooit hetzelfde te doen.
Sommigen zullen het al gehoord hebben. Ik ben een overtuigde USVA-adept. De USVA is een instelling die de cultuurhonger van de Groninger studenten stilt. Je kan er goedkoop naar toneelvoorstellingen of concerten gaan kijken. Een kamer met piano huren of een uurtje boeken in de doka om je foto’s te ontwikkelen. Of naar discussiecafé’s gaan over de komende verkiezingen, Intellegent Desing of de zin en onzin van sporten. Er worden ook cursussen georganiseerd. Zo volgde ik al een cursus ‘de journalistieke waarneming’ die beter ‘creatief en eigentijds schrijven’ had geheten waarvan je een product al op deze blog kon vinden. Mijn cultuurhonger was echter zo groot dat ik in het tweede semester een cursus boetseren en meer volgde.
De cursus ging door in het atelier van een kunstenaarskoppel niet ver van het noorderplantsoen in Groningen. Het was een grote ruimte met een houten vloer en even houten dakgebinte dat door grote balken gedragen werd. Het stond boordevol kunstenaarsbenodigheden. De twintig schildersezels verraadden dat er wel meer cursussen doorgingen. Net als de tafel indrukwekkend beladen met allerlei soorten verf, pastelkrijt, houtskool en papier. De rekken raakten langzamerhand gevuld met schilderijen en tekeningen en uiteraard ook met boetseerwerken. Men had er helaas niet aan gedacht boetseerbokken te laten overkomen en op de boetseerschijven hebben we enkele weken moeten wachten maar dat belette ons niet even ijverig aan de slag te gaan.
De lerares, Marianne Jansen, is zelf kunstenaar die schilders. Ze tekent, boetseert en beeldhouwt; zolang het maar figuratief is. Ze heeft haar eigen atelier in Groningen en geeft les in neder- en buitenland (ik weet niet goed welk land ik zou bedoelen met binnenland). Haar stijl als lerares is erg… wel, artistiek. “Zo, hier heb je de klei, er is er met en zonder chamotte dus doe maar wat”. Het was de bedoeling dat we uiteindelijk het boetseren zouden verruimen en ander materialen gaan gebruiken om een compositie als “eindwerk” te maken. Maar we waren een gezellig eigenzinnige groep studenten en bleven allemaal koppig met klei werken, en dan nog wel figuratief ook. We probeerden allemaal mensjes uit klei te maken, of stukken van mensjes. Langzamerhand raakte de tafel overvol met kopies uit ‘anatomie voor kunstenaars’ en schematische lichamen. Misschien was het die slordige uitzicht wat onze lerares toe bracht om een echt model uit te nodigen en we twee lessen besteden aan modelboetseren.
Klei ligt me wel, ik hou van het gevoel als je klei tussen je handen wrijft en uiteindelijk ook klei op je gezicht te krijgen als je de parelende zweetdruppeltjes van je voorhoofd veegt – een leuk gezicht als je met rode klei aan het werken bent. Of de klei ook van mij hield kan je zelf komen bekijken op de USVA. Enkele beelden worden tot half juni tentoongesteld. Dus als je wil weten hoe “de aanslag”, “anatomische kwelling” en “Meri” eruit zien moet je maar eens langskomen.
Breaking News/ Breaking Ice
Ik heb zowaar een uitvinding gedaan die een niche in de markt kan vullen. Jawel, jawel ik zeg het met zo weinig bescheidenheid omdat de Boilefier™ een revolutie zal veroorzaken in de dagdagelijkse sleur van het schoonmaken van vriezen. Je kent het wel. Enkele stumpers vergeten de deur van de vriezer te sluiten een binnen de kortste keren is je vrieskast verandert in een ijskast, letterlijk dan.
Een van de special duties die mij te beurt viel was: ga het ijs te lijf en maak terug een vrieskast van onze ijskast. Dat moet natuurlijk snel gebeuren want zo’n kast zit vol met gemakskost van 34 studenten – kan je nagaan!
Ik was sluw genoeg om Saara en Aino uit te nodigen voor een ‘etentje’ zodat ik twee extra paar handen had om het bevroren monster te lijf te gaan. We probeerden het op aanraden van onze Housemanager met een haardroger. Een gevaarlijk iets leek me en weinig efficiënt. We lieten een bak met kokend water het ijs wegdampen maar dat haalden ook niet zoveel uit. Dus ging het creatieve brein van me aan de slag en vond terstond de Boilefier™ uit. Ik kan natuurlijk niet al te veel over het ontwerp vertellen maar ik gebruikte een lege waterfels en een scherp mes maar meer details kan ik echt niet kwijt – fabrieksgeheim. Het afgewerkte product is een handig hogedrukspuit waarmee je kokend water in alle hoekjes van de vriezer kan spuiten. Het ijs smelt zo snel dat je de doodskreet nauwelijks hoort en in minder dan tien minuten was de hele vriezer ontijst. Slecht twee vastgevroren pakjes lieten het leven, maar oorlog is oorlog. Je mag natuurlijk niet vergeten een opvangbak te plaatsen en beschermende handschoenen en adequate oogbescherming te dragen – allemaal leverbaar in het Boilefier™ Xtra pakket. Dus heb je interesse? Mail dan als de bliksem naar Boilefier.IceKiller@Gmail.com.
14 mei 2007
Paris Revisited
Luisterend naar een menuet van, wandelde ik de luifel van Gare du Nord binnen. Het woord luifel is hier ietwat ongepast gezien het gevaarte van staal en glas op zo’n minst indrukwekkend is maar ik heb er geen woord voor, behalve luifel dan, megalomane luifel.
Hoewel ik er maar twee dagen gebleven ben, leek Mont Martre in twee te verdelen. Enerzijds was er het charmante deel met fruitkraampjes, bars, restaurants, oesterkraampjes en ons hostel. Aan de ander kant was er een uitgemolken toeristenbuurt waar de aanwezigheid van dronken Engelse toeristen dat deel dezelfde status toekende van de playa del Inglés: no go area. (maar ach! Het heeft ook z’n charme).
Er zijn gelukkig veel meer do go areas in Parijs. Josefine raadde me vooral de parken en tuinen op te zoeken. Ze heeft gelijk, je kan er denk elke dag naar toe zonder erop uitgekeken te raken. Je vindt zelfs Frans chauvinisme. Op een vijver in de Jardin du Luxembourg vaarden zeilbootje rond die blijkbaar door het parkbeheer te water waren gelaten. Er waren veel van die bootjes die trots de franse driekleur droegen. De kinderen speelden er vrolijk mee. Ze hadden bamboestokken om vastgelopen bootjes terug het sop in te duwen. Was het voor de kinderen – en voor mij ook, ik beken – leuker geweest als er bootjes met piratenvlaggen bij waren geweest, en onderzeeërs, en olietankers en cruiseschepen en een booreiland en een Loch Ness monster en, en, en…
Parijs staat bekend als dure stad. En dat is ze ook. Vooral de winkels op de overigens niet interessante Champs Elysées. Bij Louis Vuiton kon je voor amper 1600 euro een rok kopen. Die rok was het goedkoopste stuk van het ensemble… Maar als je in de juiste buurten zoekt, vind je gelukkig wel een goedkoop plaatsje om te eten. Dat kwam goed uit want m’n reisgezelschap bestond uit een tweeling die dol is op eten. Merja & Maarit. En ze eten het liefst dingen die uit de zee komen. Of ze nu zwemmen, of kruipen om vasthangen aan een rots. We hebben er zelfs lekker gegeten – een zeldzame combo, lekker & goedkoop.
Merja ja Maarit
Het is ook erg leuk om veel te lang in musea rond te hangen. Ik heb me in een vorige post beklaagd over de grootte van het Louvre en er zijn nog zoveel andere musea. Ik ben toch terug geweest naar het Musée d’Orsay dat ik de vorige keer ook bezocht had. En ik zal er opnieuw heengaan de volgende keer. Het Musée d’Orsay heeft een uitgebreide collectie laat negentiende-eeuwse vroeg twintigste-eeuwse (beeldende) kunst. Wat toevallig dat dit nu nét een van mijn favoriete periodes is. Oké, officieel is mijn favoriete periode de late ijzertijd en de Romeinse tijd, maar de kunst die ze toe maakten is best wel saai… hadden de marmeren beelden hun kleur maar bewaard! Ik heb dit keer, tegen mijn principes in, foto’s gemaakt van de kunstwerken in het museum – zonder flits uiteraard – opdat ik ze hier op mijn blog zou kunnen zetten. Ik hoop dat je er maar half zoveel van geniet als ik van ‘de echte’. Als extraatje voeg ik er nog een paar foto’s uit parijs bij. Veel kijk- en luisterplezier.
12 mei 2007
Wafelenbak
Ik weet wel wat je dacht toen je dat recept voor blini aan het lezen was. Wat een hoop werk. Tweemaal rijzen, boter smelten, het beslag neerslaan en uren wachten. Inderdaad, voor niet grootmoeders is dit een heel gedoe. Daar weet ik wel een oplossing voor. Ik heb namelijk een vereenvoudigd (en even lekker) recept voor blini bedacht, de KISS filosofie indachtig – keep it simple, stupid! Het gaat alsvolgt:
Ingrediënten
4 eieren
750 ml lauwe melk
1 zakjes droge gist
Bereiding
Meng in een kom de volkorenbloem (mag ook witte bloem zijn, of nog beter boekweitmeel of een mengeling van al het voorgaande) met de eierdooiers, de gist en de lauwe melk. Laat het beslag een uurtje rusten met een handdoek erover op eer warme plaats tot het volume ongeveer verdubbeld is. Sla vervolgens het eiwit tot schuim en meng het met grote halen onder het beslag. Voeg zout en peper toe. Als je het lekker authentiek wil doen kan je (zoals je in het vorige recept kon lezen) de blini bakken in reuzel – zonder kaantjes. Maar gewone boter is ook goed. Bak er verschillende kleine tegelijk. Dien ze warm op met zure room, viseitjes, rauwe zalm en wodka.



























